Karin Timm heeft meer dan 30 jaar gewerkt als verpleegkundige en verpleegkundig specialist in het ziekenhuis en in de wijk. Ruim 2 jaar geleden maakte de oprichter van ‘Ziekenhuis op Wielen’ de overstap naar Zorginstituut Nederland, waar zij lid is van de Raad van Bestuur. Haar expertise en energie zet ze sindsdien onder meer in om de meerwaarde van verpleegkundigen in de transitie naar passende zorg beter zichtbaar te maken, zodat die optimaal wordt benut. “We kunnen niet zonder elkaar.”
Ziekenhuis op Wielen
Karin: ‘Tijdens één van mijn eerste werkweken als wijkverpleegkundige ontmoette ik een patiënt met eczeem aan zijn been. Een aandoening die ik voorheen als verpleegkundig specialist nog gewoon had kunnen behandelen. Maar omdat ik nu wijkverpleegkundige was, mocht dat niet meer. De huisarts verwees de patiënt naar het ziekenhuis, waar deze minstens drie weken zou moeten wachten op behandeling. Zulke situaties waren voor mij aanleiding om, samen met andere verpleegkundig specialisten, Ziekenhuis op Wielen op te zetten. Verpleegkundig specialisten kunnen op deze manier bij minder mobiele patiënten aan huis zowel medische zorg als verpleegkundige expertise verlenen. Persoonlijk, deskundig, snel en effectief: een typisch voorbeeld van passende of waardegedreven zorg.”
Na acht jaar kwam de kans om bij het Zorginstituut bestuurder te worden. De mogelijkheid om echt impact te gaan maken binnen de zorg en voor de verpleegkundigen in het bijzonder greep Karin met beide handen aan.
Wat is de rol van verpleegkundigen?
‘Kijk, we hebben in de zorg ruim 80.000 artsen en bijna 300.000 verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten. Uit deze verhouding blijkt dat de waarde van de verpleegkundige nog onvoldoende wordt benut. Ik ben altijd bezig met hoe de zorg anders en slimmer kan en wat mijn rol daarin kan zijn. Ik vind dat ook een vraag die een verpleegkundige zichzelf elke dag moet stellen. Naar aanleiding van corona zijn we veel meer gaan kijken wat passende zorg is; dichtbij de patiënt, gericht op wat de patiënt wél kan en hoe we resultaten kunnen behalen tegen een redelijke prijs. Ziekenhuis op Wielen is zo’n voorbeeld van passende zorg. De verpleegkundige is in deze vorm altijd dicht bij de patiënt en ziet dus wat nodig is voor passende zorg. Haar of zijn stem is daarin niet bepalend maar heeft wel een hele grote invloed. Niet als hulpje van de dokter maar als expert in het vakgebied verpleegkunde.’
Bestuurders kunnen ook zeggen: We werken met verpleegkundigen én artsen
Hoe kan de rol van verpleegkundige meer gewicht krijgen?
‘Dit vraagt actie op meerdere niveaus. Ik zal er drie noemen:
- Op bestuursniveau hoor je bestuurders vaak zeggen: ‘ja maar, de artsen’ en soms noemen ze daarna ook nog de verpleegkundigen. Maar draai het eens om en zeg voortaan; ‘Wij werken met verpleegkundigen én ook met artsen.’ Zoiets doet er toe, dat voel je als verpleegkundige wanneer jouw expertise als eerste wordt genoemd.
- Verpleegkundigen en artsen kun je tijdens hun opleiding al gezamenlijk onderwijs laten volgen, al is het maar een uurtje per week. Je moet elkaar immers ontmoeten om te weten wie de ander is en wat hij/zij kan. Nu komen beide groepen elkaar tijdens de opleiding nooit tegen.
- Verpleegkundigen kunnen ook zelf meer doen. Meer met passie en trots vertellen over wat ze doen en bedacht hebben. Zet daarbij niet jezelf in de spotlights maar je werk. Daar is dus wel een mindshift voor nodig.’
Hoe kun je zo’n mindshift realiseren?
‘Als verpleegkundigen als grootste beroepsgroep in de zorg zelf waardegedreven zorg gaan omarmen dan is de helft van de noodzakelijke beweging al in gang gezet. We hebben als Zorginstituut op onze website een aantal praktijkvoorbeelden van passende zorg gepubliceerd, die duidelijk maken welke impact dat kan hebben.
Een daarvan is het passend behandelplan van het UMC Groningen bij ouderen met kanker. “Daar gaat een verpleegkundige na de diagnose door de arts met de patiënt en naasten in gesprek over de behandelopties. Opereren of niet? De verpleegkundige gaat in gesprek over ‘wat is voor jóu belangrijk?’ Na twee weken komt de patiënt weer terug op de poli, eventueel met familie, en vertelt dan wat zijn of haar besluit is. Dan heb je dus twee weken de tijd om goed na te denken wat voor jou de beste behandeloptie is, om samen te beslissen. En dan blijkt dat bijna 30 procent ervoor kiest om niet geopereerd te worden, maar voor een minder intensief zorgtraject, waarbij de levensduur niet veel korter is maar de kwaliteit van leven beter. De toegevoegde waarde van de verpleegkundige is hier enorm.”
Verpleegkundigen zijn enorm geliefd, daar mogen we ons veel meer van bewust zijn
Hoe geef je verpleegkundigen een gelijkwaardige stem?
‘Binnen steeds meer organisaties stellen besturen een medebestuurder op verpleegkundig niveau aan of zetten verpleegkundige adviesraden of verpleegkundige stafbesturen op. Zo is Anneke van Vught Chief Healthcare bij de NZa, zijn er 17 hoogleraren verpleegkunde die op goede plekken zitten en is Odile Frauenfelder deze zomer benoemd als Chief Nursing Officer bij VWS. Dat is heel erg nodig.
Toen ik door het Zorginstituut werd gevraagd, vond ik het ook best stoer van ze om een verpleegkundige in het bestuur op te nemen. Ik ben hier ook heel erg warm ontvangen met reacties als; ‘je hebt geen idee hoe geliefd verpleegkundigen zijn.’ Daar mogen we ons veel meer bewust van zijn.’
Wordt er binnen organisaties al anders gekeken?
‘Anneke van Vught van de NZA en het Zorginstituut willen met onze verpleegkundige kennis de zorgtransformatie een zet geven. Maar niet alleen wij, de NZA en het Zorginstituut kijken samen heel goed naar de transformatie, welke obstakels er zijn en kunnen we die wegnemen? Want uiteindelijk willen we met elkaar zorgen dat zoveel mogelijk mensen ook toegang houden tot de zorg.
Voorbeelden uit de wijkverpleging zijn de oogdruppelbril, waarmee patiënten voortaan zelf hun ogen kunnen druppelen en de medicatiedispenser, die op het juiste tijdstip de juiste medicatie aanbiedt, waardoor minder zorg nodig is. Aan de wieg van dit soort voorbeelden voor passende zorg staan verpleegkundigen. Als Zorginstituut geven we dit soort voorbeelden graag een podium, zodat ze landelijke navolging krijgen.
Er is veel in gang gezet, maar er zijn ook nog stappen te zetten. Elke organisatielaag moet uit de eigen groef komen. Zorg verlenen doe je immers samen; Wij kunnen niet zonder elkaar, niet zonder artsen. En artsen kunnen niet zonder verpleegkundigen. Ik wil de waarde van die verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden wat meer zichtbaar maken. Of eigenlijk volledig in de spotlights zetten.
Ik blijf het positieve benadrukken, de kansen zien. Als je het hebt over de zorg, dan gaat het meestal over ‘donkere wolken pakken zich samen’. Ik zeg: kijk naar de potentie van de zorg. Want die is enorm. Er is een enorm budget en ook enorm veel kapitaal aan zorgpersoneel. Als je beide optimaal benut, kunnen we de toekomst met vertrouwen tegemoet zien.’
Leren en verbeteren zit in de zorg, zo kun je je eigen loopbaan ook zien
Loopbaanadvies?
‘‘Never ever give up. Als je ergens voor staat, ga je door, door, door. En zie alles als een les. Leren en verbeteren zit in de zorg ingebakken. Zo kun je je eigen loopbaan ook zien. Wanneer je een keer op je snufferd gaat is dat niet leuk, maar je leert er wel van. Is mij ook meerdere keren overkomen. Geef nooit op als je ergens voor gaat. Om in recente politieke termen te blijven: Het kan wel!
Deel je ervaringen vooral met anderen, netwerk veel, wees nieuwsgierig, poneer geen overtuigingen, stel juist vragen. Ten slotte: verpleegkundigen hebben weinig last van status of productieprikkels. Als je op een bestuurdersplek terecht komt; ga voor de inhoud en niet voor status of macht. En werp regelmatig een blik op de praktijk om er niet losgezongen van te raken.’
Rol Linnean
‘Ik vind het heel waardevol dat veel professionals de moeite nemen om waardegedreven zorg te vertalen naar de praktijk. Wat is er voor nodig? Daarom ben ik heel blij met dit initiatief. Het is ooit begonnen met medisch specialisten maar het is heel fijn om te zien dat er nu ook verpleegkundigen bij zitten en dat ze een steeds grotere rol gaan spelen. Iets dat ik ook in de Linnean-webcast van 4 november heb benadrukt.’